02-10-06

American diary, Pt. 1

Greetings Y’all! De komende 6 weken schrijf ik vanuit Oklahoma, in het Zuiden van de States. Ondertussen loop ik hier al zo’n 5 dagen rond. Of beter gezegd rijd, want alles is gewoon te ver om te lopen. In Dallas ben ik een hapje gaan eten in een Mexicaans restaurant, mijn eerste echte kennismaking met de –nou ja- Amerikaanse cultuur. Grote porties eten en liters frisdrank met al evenveel ijs. Het Mexicaanse eten is hier het best, omdat je zo dicht bij Mexico zit. Ik woon nu in Stillwater om precies te zijn, een stadje op 50 minuten rijden van Oklahoma City. Je kan het vergelijken met Leuven: het is een echte studentenstad omdat de Oklahoma State University hier ligt, althans een deel. Stad is ook niet het juiste woord. Groot uitgevallen dorp is een betere beschrijving. Dat geldt ook voor Oklahoma City trouwens. In oppervlakte is dat de 2e grootste stad van Amerika, maar qua uitzicht nauwelijks te vergelijken met bijvoorbeeld New York. Er is geen centrum of een soort centraal punt waar je een kerk of een station zou verwachten. In plaats daarvan zijn het allemaal wijken die aaneengekoppeld liggen, in districts. Ik ben gisteren in het Art district geweest, maar er is ook een Asian District enz… Maar Stillwater is dus mijn uitvalsbasis. Alle studenten wonen hier in een huis, behalve de eerstejaars. Ik logeer bij Sam en haar 4 huisgenoten: Alison, Carly, Sarah en Sally. Inderdaad, ik deel het huis met 5 vrouwen. Tot nu toe zijn er nog geen Hugh Hefner-toestanden geweest, maar je weet maar nooit. Dat is meteen ook de reden waarom LJ, een vriend des huizes, me vrijdag heeft meegenomen naar zijn makkers. LJ is echt een countryboy: hij luistert naar zogenaamde red dirt country muziek. Hij en al zijn vrienden trouwens. We kwamen aan in het huis van Lee, wiens vader steenrijk moet zijn; als ik me niet vergis is zijn ranch 2 miljoen dollar waard. Ik werd gedoopt tot “the Belgian”. Dat hebben ze daar nog nooit gezien ?. Ik kreeg bij wijze van verwelkoming een “beer bong” in mijn mond. Een blikje bier van 33cl gieten ze in een reservoir met een brede plastieken buis aan. Als ze die loslaten wordt het bier echt in je keel gekatapulteerd, gene zever. Ik kan jullie meedelen dat ik de Belgische driekleur met verve verdedigd heb en de eer heb hooggehouden. Mensen hier in het zuiden zijn trouwens de vriendelijkste mensen die je zal tegenkomen. Amerikanen zijn niet arrogant of weet ik veel, maar echt het tegenovergestelde. Het is een verademing om te zien hoe vriendelijk en behulpzaam iedereen hier met elkaar omgaat, echt om van versteld te staan. Je wordt overal onthaald met een glimlach, iedereen begint spontaan tegen je te babbelen, en ga zo maar door. Na twee dagen had ik al zoveel uitnodigingen op zak dat ik niet weet wat eerst te doen. Overall zijn er “house parties” (daar kunnen de flikken –we noemen ze “popo”- je niks of weinig doen. Ik ga jagen met LJ (beesten doodschieten ja, sorry vegetariers en dierenvrienden maar ik moet toch een keer een hertje of een zwijn neerknallen hier). De makkers van LJ bekeken me alsof ik van een andere planeet kwam toen ik hen vertelde dat ik nog nooit een levend wezen groter dan een spin had vermoord. Daar gaan we dus iets aan doen. Adam, een toffe peer die ik op de party in ons eigen huis heb ontmoet, studeert voor piloot en gaat me meenemen op een vluchje over Stillwater. De ouders van Sam nemen me mee naar een fantastisch steakrestaurant (of was het nu kip), doen een BBQ bij hun thuis ter ere van mijn verblijf. Sam heeft ook een zatte nonkel, Andrew, die een boot heeft en een buitenverblijf aan een meertje in de Bergen en we zijn van harte uitgenodigd. En zo gaat het maar door. Ik ben hier werkelijk met mijn gat in de Oklahomiaanse boter gevallen. Muziek dan. Oklahoma heeft een leuke muziekscene: country hoor je hier de godganse dag op de radio en op tv, en Alan Jackson en Lynyrd Skynyrd hebben hier de voorbije dagen nog opgetreden. Iedereen heeft ook van die supercoole boots aan, echt te gek. Iedereen kent iedereen en dus ook muzikanten. Een vriend van Sam, Colin, speelt in een bandje dat The Ugly Suit heet. Morgen gaan we ze bekijken in een lokale pub. De kerel die de cd’s van The Smashing Pumpkins heeft gemasterd gaat dat nu ook doen voor hun CD, ik bedoel maar: wat een referentie! Dan heb je Jesse, die bij Kunek speelt. Zij zijn al wat bekender, hebben een cd uit, ze zijn redelijk bekend in heel Amerika. Vrijdag ga ik hen bekijken in Oklahoma City. Voor wie het interesseert: Jesse was vroeger de zanger van All American Rejects, die ook bij ons bekend zijn. Ze spelen dus vrijdag in The Conservatory, waar ik gisteren Magnolia Electric Co nog aan het werk zag!! Wie mij een beetje kent weet dat ik redelijk fan ben van deze groep, en van Jason Molina. The Conservatory, daar kan zo’n 200 man binnen schat ik. Wel, gisteren was er misschien 30 man. Zo’n goeie groep en zo weinig volk, het zal aan de zondagavond gelegen hebben. Jason bleek trouwens een erg vriendelijke kerel te zijn, ik zou Jan niet zijn als ik niet even hallo was gaan zeggen natuurlijk. Ik heb vandaag een digitale camera gekocht, zodat ik vanaf nu ook foto’s kan nemen, en zodat jullie gezellig kunnen meegenieten van mijn trip in beelden dan en niet alleen tekst. Ik ga hier maar afronden, want het is hier watt e warm naar mijn goesting. Het is hier ne graad of 30 en ik zit buiten op een zetel op de back porch, de veranda zeg maar. Een typisch amerikaans ding met houten balken en lampjes en al, geweldig. Will write more later, I’ll keep you guys posted. Ik heb verdomme nu al moeite om in het Nederlands te converseren, ik doe niks anders dan in het Engels spreken, denken, lezen enz… Groetjes tot in het koude Belgie, hier is het heeeerlijk zomerweer. Bye!